Politieke dieren: De Ezel en de Strontvlieg

Ezel trekt de kar

Het ezeltje uit Banaän wordt door de appelclub tot het hoogste ambt geroepen als de fruitvlieg in de strond belandt. Daar was ezeltje nou niet echt op voorbereid. Maar ezel zou geen ezel zijn als ie zich niet een keer aan de steen der wijzen wil stoten. Zijn plan is om een gunstigere uitgangssituatie voor zichzelf te scheppen? Veel tijd heeft hij niet. Zeven dagen heeft hij slechts om het licht te zien. Hoe loopt dat af ...

Hierver vandaan in Banaän, daar woont
een onwijs ezeltje. Hij schoolde bij
in wijzen-naar-de-oost-opdat-het-loont.
En maakte dieren (h)eerlijk zoals Hij.

Die Vrome Academielessen doet
hij er nu bij. De bosraad vroeg om bijna
al zijn draagkracht, godsvrucht, balkensmoed
en om zijn ezelwijs en fruitig:"Ia".


 

Wat wil nou het geval? Dat fruitvlieg blij
op zondagmorgen broedermoordde, man!
Zijn maat de strontvlieg was de pisang bij
een druivig-zuur bananenschillenplan.

Hij zoemde doelloos rond en dacht:"Dat ding
daar op de grond, lijkt niet bepaald op stront!"
Zijn bijnaam? Hopenschijter. En hij ging,
terwijl het bos toekeek, hard op zijn kont.

De Appelclub had nu een rotprobleem:
de voorzitter gevlogen. Wat te doen?
Geen knol meer als citroen, maar wel een claim.
Ze vroegen aan de ezel: "Past de schoen?

Wij zijn dit vlieg afvangen toch zo moe!
Verzoet ons dit gebakkenperenzeer,
want U bent onze hoop schepper. Ach, toe."
Wie zegt er dan niet:"Tot uw dienst mijn Heer"?

Daar stond de ezel dan. Verloren zoon
verzon een plan:"Ik schep wat ik je zeg
een zevendaagse droom. Ik balk gewoon
een ende voor m'n ezeleinde weg!"

De eerste dag zag hij het licht. Een zee
aan info opende voor hém die dacht:
"De vruchten die ik pluk, die neem ik mee.
Gesnopen is de les van dag en nacht."

Maar met een hand vol vruchten ben je niets,
zolang de zon niet schijnt, de lucht niet weent,
verzet je bergen werk, houd je een speech.
Dan is dag twee niet van belang gespeend.

De dag daarna, de derde voor wie telt,
bemestte ezel eerst eens flink wat land.
De hele appelclub vond hem een held.
Met name toen hun boom net was geplant.

De ster van ezel rees als zon en maan.
Hij werd door menig timmerman gevraagd
als lastdier voor zijn vrouw. Niet dat die baan
hem paste, want hij vond het afgezaagd.

Het was dag vijf, nu werd het hom of kuit,
want appels vallen nooit ver van de boom.
De ezel trok er, luid balkend, op uit.
Op zoek naar het beloofde uit zijn droom.

Voor zijn campagneplan kocht hij een boot
en ging de boer op met zijn appelvracht.
Het regende dag zes wel dat het goot.
Dus voor hij appels at was het al nacht.

Na zoveel dagen zaaien was hij moe.
"Ik neem een snipperdag op. Toedeloe!
Want wat ik oogsten mag, dat komt mij toe.
Ik zie wel of het goed is wat doe.

Zo is de hof van Ezel dus onstaan.
Daar bloeit de appelboom nu levensslang.
En ezel past goed op voor de banaan,
want ook voor ezels is de nasmaak wrang.